C.J. Engelen, architect
Engelen werkte oorspronkelijk bij het bekende architectenbureau Brinkman & Van der Vlugt. Na zijn overstap naar de HAL was hij verantwoordelijk voor het ontwerpteam tijdens de bouw van het ss Rotterdam. Zelf ontwierp hij hutten, de kinderspeelkamer op het Boatdeck en de Atlantic Promenade.

Jan van Bommel, architect
Van Bommel ontwierp het Café de la Paix voor de toeristenklasse op het Promenadedeck. Ook ontwierp hij de daarvoor gelegen foyer en het achterste trappenhuis. In 1968 is het Café de la Paix verbouwd tot Lidorestaurant. Ook de daarvoor gelegen foyer en het achterste trappenhuis zijn niet meer in originele staat.

C. Elffers, architect, 1998-1987
Was medeontwerper van drie beeldbepalende bankgebouwen aan Blaak 28, 34 en 40 in Rotterdam. Ontwierp op het ss Rotterdam het Auditorium, dat vooraan op het Promenadedeck is gelegen. Het auditorium was in 1959 het grootste dat ooit op een schip was gebouwd. Het is een mutifunctionele ruimte, die nog altijd als zodanig wordt gebruikt. Zijn broer Dick Elffers ontwierp het keramisch kunstwerk Het Leven. Frank Nix ontwierp voor op het altaar twee kunstwerken: Jezus bedaart de storm en De wonderbaarlijke visvangst.

J.A. van Tienhoven, interieurontwerper ( 1907-1971)
Van Tienhoven werkte voor vele Nederlandse rederijen, waaronder de HAL. Voor deze rederij ontwierp hij interieurs voor de Rijndam II (1951), Maasdam IV (1952), Statendam IV (1957) en Rotterdam V (1959). Zijn carrière in het ontwerpen van scheepsinrichtingen begon in de jaren dertig, toen hij met succes meedeed aan een door de Stoomvaart Maatschappij Nederland uitgeschreven prijsvraag voor het ontwerp van een rooksalon in het ms Johan van Oldenbarnevelt. In 1936 kreeg hij opdracht het ms Oranje in te richten. Na 1945 steeg Van Tienhovens ster tot grote hoogte: tot 1970 zou hij voor niet minder dan 250 scheepsinterieurs bepalend zijn. Hij ontwierp niet alleen voor vele Nederlandse rederijen, maar ook voor bijvoorbeeld de Noorwegen Amerika Lijn. Van al die scheepsinterieurs bestaan alleen de ruimten op het ss Rotterdam nog. Op de wal is de Kompaszaal in het voormalige vertrek- en aankomstgebouw van de KNSM in Amsterdam een prachtig voorbeeld van zijn creaties.

Vele generaties zeelui en passagiers bewogen zich in ruimtes die ontworpen waren naar zijn ideeën. Van Tienhoven’s benadering was, dat je je in de eerste plaats prettig moet voelen op een schip. De inrichting moet functioneel zijn, luxueus, maar niet tentoonstellingachtig. Een scheepsinterieur moet de internationale smaak bevredigen en passen bij de bestemming van het schip: een schip voor de tropen moet een geheel ander karakter hebben dan een schip voor de Noord-Atlantische route. Voor de sobere inrichting van de hutten had hij een duidelijke verklaring: “wanneer een hotelkamer is ingericht met een douche, een bed én een sofa, neemt de gast liever een fles whisky mee naar zijn kamer dan dat hij plaatsneemt in het restaurant. Aan boord van een schip komt daar nog bij dat wanneer alle passagiers in de hut blijven zitten, het bedieningsprobleem onoplosbaar wordt. Vanuit economisch inzicht mag een hut daarom niet té comfortabel zijn!” Van Tienhoven was vooral een liefhebber van het ontwerpen van meubels. Deze moesten goed te onderhouden zijn en daarom werd hij een meester in het verwerken van modern materiaal als plastic, kunstleer, vinyl, fineer en geoxideerd aluminium.

H.A. Maaskant, architect (1907-1977)
Huig Aart Maaskant had na 1945 een belangrijk aandeel in de wederopbouw en uitbreiding van Rotterdam. Bekende creaties van zijn hand zijn het Groothandelsgebouw (1949) , de Citrusveiling (1951) de flats aan de Lijnbaan (1954), Scholencomplex Technikon (1955) en het Poortgebouw Müller-Thomsen (1960) In Amsterdam ontwierp hij het Hilton hotel, in Etten-Leur de Tomadofabriek en hij was ook verantwoordelijk voor de Pier in Scheveningen. Het in 1957 door hem opgerichte architectenbureau ontwierp onder andere de Euromast. Aan boord van het ss Rotterdam staat het binnenzwembad op zijn naam. Waarschijnlijk heeft zijn medewerker Wim van der Weerd het ontwerp voor zijn rekening genomen, inclusief de twee kunstwerken: de vissen in de vloer van het zwembad en het kunstwerk Diepzee flora en fauna tegen de voorwand.

Joost Schuil, architect en directeur van Mutero
Joost Schuil werd geboren in Rotterdam en volgde zijn studie aan de Academie des Beaux Arts en de Ecole Moderne in Genève. Praktijkervaring deed hij op in Genève, Parijs en bij Mutters in Den Haag. In 1936 kreeg hij een prijs voor zijn ontwerp voor het restaurant in het gebouw van de Volkenbond in Genève. Zijn eerste ervaring met het interieur van passagiersschepen was op het ss Nieuw Amsterdam, waar hij in 1951 samen met Van Tienhoven de Grand Hall verbouwde. Hij ontwierp ook verschillende interieurs op het ss Maasdam (1952) en op het ss Statendam (1957). Op het ss Rotterdam ontwierp hij op het Upper-Promenadedeck de prachtige Ritz-Cartlton zaal, die tegenwoordig Grand Ballroom heet. De zaal is twee dekken hoog met balkon op het Boatdeck. Ook ontwierp hij de bibliotheken voor de eerste en tweede klas passagiers en de Sun- en Skyroom. De Ritz-Carlton is in bijna originele staat bewaard gebleven. Het interieur van de andere ruimten is grotendeels verloren gegaan.

J.F.A. Semey, binnenhuisarchitect en kunstenaar (1891-1973)
Geboren te Gent, waar hij zijn tekenopleiding kreeg. Zijn expertise was textiele kunstnijverheid. In 1918 kwam hij naar Nederland en werkte hij bij E.Cuypers (1859-1927), neef en leerling van de meester P.J.H. Cuypers (1827-1921). Via de Nederlandse Kunstweefschool in Den Haag kwam hij in contact met C.A. Lion Cachet die veel interieurs ontwierp voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Semey vestigde zich in Den Haag als zelfstandig nijverheidskunstenaar, waar hij onder meer gobelins weefde voor Lion Cachet. In Den Haag werkte hij nauw samen met de Koninklijke Nederlandse Meubelfabrieken H.P. Mutters & Zoon. Hij werkte mee aan onder meer het toenmalige vlaggenschip van de Rotterdamse Lloyd, het m.s. Baloeran (1930-1943). Semey maakte ook kunstwerken voor het Haagse Vredespaleis, het Amsterdamse Koloniaal Instituut, Hotel l’Europe en de Nederlandse Handelmaatschappij. Daarnaast werkte hij samen met meubelfabriek Pander, onder meer voor de inrichting van vertrekken van vliegveld Ypenburg. In de dertiger jaren kreeg hij opdracht van de Holland-Amerika Lijn voor de inrichting van eetzalen aan boord van het s.s. Nieuw Amsterdam (1938-1974). In de vijftiger jaren betrok de toenmalige directeur van de HAL, W.H. de Monchy, hem nauw bij de inrichting van het ss Rotterdam. Hij belastte hem onder andere met de inrichting van de op het Promenadedek gelegen rooksalon voor de toeristenklasse met de naam Club Room. De inrichting van de Club Room is als een van de laatste voorbeelden van de samenwerking tussen Semey en Pander voor een belangrijk deel bewaard gebleven. De zaal is nu in gebruik als restaurant.

H.P. Mutters, interieurarchitect en -bouwer
Vijf generaties H.P. Mutters hebben hun stempel gezet op de inrichting van gebouwen en schepen. Het bedrijf begon als een meubelzaak in Den Haag. In de negentiende eeuw reeds vervaardigde Mutters vertrekken in onder meer de Paleizen Noordeinde en Het Loo. Vanaf 1888 bouwde Mutters regelmatig mee aan de schepen van de Holland-Amerika Lijn en van de Rotterdamsche Lloyd. In opdracht van laatstgenoemde rederij was Mutters de hoofdinterieurarchitect van het m.s. Baloeran (1930-1943). Op het s.s. Rotterdam V ontwierp en bouwde Mutters de Queens Lounge en Ocean Bar die beide op het Promenadedek zijn gelegen. Beide ruimten zijn nog in nagenoeg originele staat aanwezig. Voorts bouwde Mutters de toeristenklasse bibliotheek op het Promenadedek, naar een ontwerp van Mutero NV, interieurarchitecten te Rotterdam. Kunstenaar Frank Nix heeft een decoratief paneel ontworpen dat een impressie geeft van “de Wereld”, uitgevoerd in Zagravos-techniek (gravure in op hout aangebracht gips, waarvan de bovenste laag in kleur is uitgevoerd). De bibliotheek is geheel verloren gegaan en verbouwd tot toiletruimten.

Carel L.W. Wirtz (1916-2002), architect
Carel Wirtz ontwierp in de jaren zestig en zeventig vooral veel interieurs van bioscopen en theaters, waaronder het oude Luxortheater in Rotterdam. Ook ontwierp hij Kriterion in Amsterdam en de foyer van De Doelen in Rotterdam. Hij ontwierp de eerste klas eetzaal op het ss Statendam (1957). Deze zaal werd in 1971 vervangen door hutten. Op het ss Rotterdam ontwierp hij de eerste klas Smoking Room op het Upper-Promenadedeck. Karakteristiek aan deze zaal is de V-vorm die terugkomt in het plafond en de wanden. Bijzonder zijn de aan beide zijden van de zaal geplaatste banken, waarvan de rugleuningen omklapbaar zijn. Hij ontwierp ook de Tropic Bar, de Cardroom en de daarnaast gelegen Forecourt. Voor de decoratie van Smoking Room en Tropic Bar werkte hij samen met Wally Elenbaas.